De stilte laten spreken bij Dodenherdenking 4 mei 2020

1.

Het bronzen kunstwerk van Ossip Zadjine stelt een menselijk figuur voor zonder hart, symbool voor het hart van Rotterdam dat verloren ging bij het bombardement
De verwoeste stad van Ossip Zadkine

Armen radeloos opgeheven naar de hemel. Handen die het onheil proberen af te weren. Een gezicht vol pijn en angst dat schreeuwt om hulp. Een achterover hellende menselijke figuur waaruit het hart is weggerukt. De verwoeste stad van de kunstenaar Ossin Zadkine op Plein 1940 in Rotterdam. Ziet u het voor u, dat indrukwekkende beeld? Het verbeeldt de zinloze en wrede vernietiging van het stadshart door de Duitse bombardementen. Zelf zei de kunstenaar over de sculptuur: “Het beeld wil het menselijk lijden belichamen dat een stad moest ondergaan die slechts, met Gods genade, wilde leven en bloeien als een woud. Een kreet van afschuw om de onmenselijke wreedheid van dit beulswerk.”  Het beeld herinnert ons aan de vele burgerslachtoffers en de onmetelijke schade die werd aangericht in die meidagen van 1940. Burgers die geofferd werden voor de grenzeloze machtshonger en ongetemde overheersingsdrang van de tirannieke vijand. Tegelijkertijd symboliseert het de onverzettelijke levenskracht van de bevolking die zich niet klein laat krijgen door welke gehate onderdrukker dan ook. De stevige benen doen de gestalte weer herrijzen: Je maintiendrai, Ik zal handhaven, zoals onder het wapen van ons Koninkrijk staat geschreven.

2.

Het standbeeld van De Dokwerker ter nagedachtenis aan de Februaristaking van 1941
De Dokwerker van Mari Andriessen

Op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam staat het beeld van De Dokwerker. Een zware, onverzettelijke man met opgestroopte mouwen. De kin omhoog maar met hulpeloos lege handen. Het beeld, gemaakt door Mari Andriessen, herinnert aan de grote Februaristaking in 1941.
 
In het weekend van 22 en 23 februari 1941 maakte Nederland voor het eerst kennis met het fenomeen razzia. In haar boek ’t Hooge Nest beschrijft Roxane van Iperen dit mensonterende gebeuren. Mensen worden uit hun huizen gesleurd, mannen die er Joods uitzagen van hun fiets getrokken, bijeengedreven, gehurkt met hun handen omhoog of achter hun hoofd. Wanhopige jonge kerels met spierwitte vertrokken gezichten en verwijde angstige pupillen. Overmoedige Duitse soldaten trappen jonge mannen tegen de grond met hun venijnige laarzen. Hulpverlenende soldaten en collaborateurs slaan de verse aanvoer uit omringende straten met de kolf van geweren naar de verzamelplaats op het Jonas Daniël Meijerplein, pal naast de synagoge. Omstanders kijken toe, hun voeten aan de straatstenen genageld. Anderen rennen naar huis. Als de laatste vrachtwagen die zondagavond is vertrokken zijn er 427 joodse mannen afgevoerd. Slechts twee van hen zullen de concentratiekampen overleven. Het onwaarschijnlijke begin van de deportatie en systematische moord op 107.000 Joodse medeburgers uit ons land.
 
De volgende dag, maandag 24 februari 1941 gebeurt er iets buitengewoons. In de stad wordt opgeroepen tot solidariteit met de Joden en er worden stakingsoproepen verspreid. En ja, de volgende ochtend dinsdag 25 februari 1941 staken de trambestuurders waardoor het openbare leven stil komt te liggen. Het heeft een domino-effect. Overal verzamelen zich groepen stakende mensen op straat in de winterse kou. Eerst aarzelend en dichtbij elkaar. Maar als de aantallen toenemen, vol moed met de borst vooruit. Hoop en strijdlust wint het van de wanhoop en berusting. Tot de stakingsbijeenkomsten op 26 februari ruw uiteengeslagen worden. De noodtoestand wordt afgekondigd en het verzet wordt met grof geweld gebroken door de Grüne Polizei, de Duitse Wehrmacht, de ‘Weerafdeling’ van de NSB en zwarthemden van de Schutzstaffel (SS). Verzet in de kiem gesmoord door overmatig machtsvertoon en meedogenloos ingrijpen. Stakers gevangengenomen of neergeschoten. Lukraak opgepakte burgers gegijzeld en de bevolking zwaar geïntimideerd.
 
Het standbeeld van De Dokwerker staat symbool voor die Februaristaking uit 1941. De Dokwerker herinnert ons ook vandaag dat we niet stil kunnen blijven als onrecht en onderdrukking onze straten dreigt over te nemen. Dat we moeten spreken als grof geweld het zwijgen oplegt aan onze vrijheid om te kunnen zijn wie we zijn. En dat we in actie moeten komen, ons moeten verzetten als medeburgers worden buitengesloten, uitgesloten of opgesloten door zich superieur voordoende machtswellustige schreeuwers. Ja, daarvoor is moed nodig. Moed, belangeloze inzet om de goede dingen te doen die nodig zijn om op te komen voor hen die anders het onderspit zullen delven. “Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig” noemde koningin Wilhelmina dat.

3.

De omslag van het boek 'Nooit meer Spertijd'
’Nooit Meer Spertijd’ van het Schrijfgenootschap Barneveld

En dan een derde monument dat ons vertelt dat we niet onverschillig mogen zijn als de vrijheid wordt getart. Geen groot bronzen beeld maar een boek van dichtbij met verhalen, gedichten, foto’s en penseelstreken. Taal en beeld om steeds opnieuw onder ogen te zien dat we de oorlog niet mogen vergeten en de verhalen doorverteld moeten worden. Van generatie op generatie. In het net verschenen boek Nooit meer spertijd vertellen Barnevelders over hongertochten, onderduiken, razzia’s, dwangarbeid, de verschrikkingen in de kampen, fusillades en de terreur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Herinneringen aan zwarte bladzijden in onze geschiedenis. “Elke oorlog is een breuk in onze beschaving” om de tekst op het monument voor de gevallenen aan de Plantagelaan te citeren. Nooit meer Spertijd: Verhalen en gedichten om nooit te vergeten over de angst en de dood van de oorlog, de bejubelde bevrijding en de broosheid van onze hedendaagse vrijheid die -als je niet oppast- zo verloren kan gaan. Vergezeld van foto’s en prachtige kunstwerken van Barneveldse kunstenaars die het donker in licht doen overgaan. Nooit meer spertijd om ons ook vandaag, nu de bewegingsvrijheid op straat is ingeperkt, te laten leven in het licht van vrede, vrijheid en verdraagzaamheid.

4.

Vandaag is het Dodenherdenking. We worden stil. Anders dan anders. Jaar in jaar uit komen we samen, maar nu blijven we thuis en ervaren we het verlies van bewegingsvrijheid. “Al twee maanden” hoor ik verzuchten, “wanneer zal dat ophouden?” En ik geef toe, dat is best lastig en moeilijk vol te houden. Maar als we even terugdenken aan toen, die vreselijke oorlogstijd? Aan die miljoenen mensen die het leven lieten? Getallen die doen duizelen. De burgerslachtoffers, de dwangarbeiders, de verzetsstrijders, de gaskamers en concentratiekampen en de militairen aan het front. Dan word je pas echt stil. Vandaag op 4 mei 2020 kunnen we niet bijeenkomen om op traditionele wijze met elkaar te herdenken. Maar waar we ook zijn, op elke plaats is het mogelijk stil te worden uit respect voor hen die vielen. Stil worden voor de slachtoffers en de helden van toen. Stil worden om de stilte te laten spreken.

Barneveld, 4 mei 2020
 
Dr. J.W.A. van Dijk
Burgemeester

Naar overzicht