Toespraak Dodenherdenking 2018

Hij drukte mij de hand. Een hele stevige hand. Hij zag er goed uit, een beetje dik maar wel gezond. Een bijzondere man. Je zou het zo niet zeggen. Als je naar hem keek… eigenlijk,,, heel gewoon…

Ja, als 83-jarige heb je een geschiedenis en veel verhalen. Hij was van voor de oorlog en woonde toen op boerderij ’t Waswater op landgoed Den Treek, niet ver hier vandaan. Zeven was hij toen ie als boerenzoon voor het eerst mee ging met zijn vader naar het nabij gelegen Kamp Amersfoort om er schillen op te halen voor het vee. Later ging hij ook alleen.

Paard voor de wagen. Langs de wachttorens en de bunker, over de appelplaats. Voor de barakken moet hij keren om achterwaarts bij het schillenhok te komen. Hij passeert de Rozentuin waar uitgehongerde gevangenen urenlang in de houding moeten staan tot ze erbij neervallen. Hij hoort hun geschreeuw en gehuil, de geweerschoten van executies. Hij ziet vreselijke mishandelingen, de afmatting en de wanhoop. Hij wordt gedwongen om toe te kijken hoe gevluchte joden door joelende SS-bewakers worden bestormd en in elkaar geslagen worden. Hij ruikt de stank van ontbering en ontbinding in het lugubere lijkenhuisje waar het aanzicht van de kunstgebitten van de doden nog jarenlang tanden doen knarsen. 

Toen Jan Reemst, want zo heet hij, ouder werd kwamen de herinneringen terug.  In alle hevigheid. Zijn hele leven heeft hij er, net zoals zijn vader, weinig of niet over gesproken. Maar als je ouder wordt…
Zijn stevige hand voel ik nog in de mijne als hij mij een boek overhandigt.

“BIJ DE BEUK LINKSAF”,  luidt de titel.
“Een jongen van zeven haalt samen met zijn vader schillen op in Kamp Amersfoort. Niemand weet wat zij nog meer doen…”, zo lees ik de ondertitel.

En… wat deden ze nog meer…?

  • Ze smokkelden brieven in en uit het kamp; verstopt in de kniekousen van Jan.
  • Ze brachten pakketjes met eten, medicijnen en bijbeltjes voor de gevangenen mee.
  • En een enkele keer vluchtte een gevangene die onder de schillen was gekropen, via hen het kamp uit.

Jan Reemst, een kind vanaf zijn zevende in het verzet; hij was net elf toen Kamp Amersfoort op 19 april 1945 werd overgedragen aan Loes van Overeem van het Nederlandse Rode Kruis.
Ik vroeg Jan of hij zijn boek wilde signeren.
Hij schreef: “J. Reemst Ezn”.
Jan Reemst, zoon van Evert. In nagedachtenis aan zijn vader.
Vandaag is hij hier om met ons de doden te herdenken.

Verhalen over HET VERZET.
Voor dat je het weet worden de oorlogsverhalen steeds minder goed begrepen geschiedenislessen. Zo van: “Weet je nog …?”
Herinneringen aan feiten.
Maar moet het juist vandaag niet gaan om her-denken? Om her-beleven? Om her-inneren als bron van het besef dat het kwaad opnieuw de kop kan opsteken.
Pas dan kunnen we tot inkeer komen en begrijpen wat een moed en zelfopoffering er door de verzetsmensen aan de dag werd gelegd. Waarom de gevallenen, die aan de goede kant van de geschiedenis stonden, hun leven lieten voor de vrijheid.

Jongens en meisjes, wat doen jullie als je vriendinnetje Anne Frank heet en heel erg wordt gepest?
Dames en heren, zou U in verzet komen als de vrijheid en humaniteit worden verkwanseld voor een bord linzensoep?
Wat zou u…, jullie…, ik… wat zouden wij doen?
Komen wij in verzet?

Toen ik Kamp Amersfoort onlangs bezocht maakte mij dat nederig, stil, verdrietig. Ik voelde het kwaad waarover ik bij flarden van mijn vader had gehoord en waarover ik in patchwork had gelezen.
Hoeveel bloed en tranen zouden er nog in de grond zitten?
Wie een kamp bezoekt ziet iets dat er niet had mogen zijn.
Je hoort de stilte schreeuwen.
Je ruikt verloren en vergane tijd.
Je voelt het kwaad.

Vanavond herdenken wij hen die gevallen zijn.
Zij die hun leven gaven voor het herstel van vrede, vrijheid en verdraagzaamheid. Zij weigerden de menselijke waardigheid te verspelen aan egoïsme, extremisme en racisme, aan hebzucht, eerzucht en heerszucht.

Dodenherdenking is ons gezamenlijke verzet tegen de vergetelheid.
Ons verzet tegen het verflauwen van de stemmen en de nagedachtenis aan al het oorlogsleed. Toen in die vreselijke Tweede Wereldoorlog. En nu in Libanon, Syrië, Irak, Afghanistan, Mali, Darfur of waar ook ter wereld. En ook daar zien we gelukkig de vrede-brengers onder de vlag van de Verenigde Naties. Net zoals toen het verzet en de geallieerde troepen zijn daar nu bijvoorbeeld onze Nederlandse militairen. Ja ook zij van de Generaal Kootkazerne in Stroe die hier vanavond in de erewacht zijn aangetreden.

Herdenken is terugdenken en vooruitdenken. Leren en bezinnen op de echte waarden die er toe doen en daarvoor willen gaan staan.
De menselijke waardigheid mag immers nooit weer teloor gaan.

Dames en heren,
Het Joodse volk heeft zeer geleden onder het gruwelijke geweld van de nazi’s met hun vergiftigende rassenleer. “Ausradieren”, je wordt er koud van als je het woord hoort. En ondanks alles blijft dat Joodse volk twee grote feesten jaarlijks uitbundig vieren.
In het voorjaar viert men Pesach, het Joodse Paasfeest. Dan worden de verhalen verteld over de slavernij in Egypte, de onderdrukking en de uittocht, de bevrijding. Van generatie op generatie. De kaarsen worden aangestoken en het Sjaloom Aleechem wordt gezongen: “Moge vrede met je zijn en met ons huis”.
Later in het jaar wordt Jom Kipoer gevierd. De grote dag van Vergeving en Verzoening. Het is misschien wel de heiligste dag van het Joodse jaar.

Zou deze Joodse traditie ons iets kunnen zeggen vandaag de dag?
Hier in Barneveld?
Bij u thuis of in relaties die onder spanning staan?

Sjaloom Aleechem: “Moge vrede met je zijn en met ons huis”.
Vrede kan blijkbaar niet zonder Verzoening en Vergeving.
Pesach en Jom Kipoer zijn met elkaar verbonden als de twee zijden van de “medaille voor de vrede”.

Laat ons allen daarom getuigen van vrede.
Dan… kunnen zij die gevallen zijn… rusten in vrede.

Dr. J.W.A. van Dijk

4 mei 2018

Naar overzicht